De bombardementen nemen in 1945 toe en worden ook heviger. (fragmenten uit Samen eervol overleefd) De Brabantse en Limburgse gevangenen spreken af, indien ze het overleven, na de oorlog op de eerste zondag van de meimaand bijeen te komen.
Bij het pastoorke Cis Suijs zullen die dagen terugkijken op deze oorlogsperiode, dankbaar dat ze het overleefd hebben. Cis trouwt in 1956 met een weduwnaar. Op iedere eerste zondag van mij zijn wij niet welkome en ook zijn man en kinderen die dag elders. Na ca negen uur zijn de gasten vertrokken en op maandag is het gewoon weer wasdag. Over de oorlog wordt nooit gesproken.
25 februari 1945 Bombardement München-Giesing (fragmenten uit Samen eervol overleefd)
Mientje Proost: Het moreel is goed, we hebben steun aan elkaar, maar ons uithoudingsvermogen is nog maar klein. Een van de zondagen is er weer een ontzettend bombardement; wij zitten in de kelder van ons Lager. De bewakers gaan in hun schuilkelders. De bommen vallen zo verschrikkelijk dichtbij, dat wij steeds van alles horen vallen. Ieder ogenblik denken wij: ”Nu is het onze beurt”. De bommen horen we fluiten. We zitten met zijn allen dicht op elkaar gepakt op de grond. Enkelen hebben een deken meegesmokkeld. Steeds opnieuw zijn we verbaasd dat we een dak boven ons hoofd hebben. Weer wordt er heel veel gebeden. Wanneer wij boven komen, zijn alle ruiten eruit, niet een is erin blijven staan, deuren zijn eruit gerukt. Het is een ware ravage. Wij zijn gespaard gebleven.
Kiky Heinsius: Op het fabrieksterrein staan een paar houten barakken waarin een aantal Poolse criminele gevangenen met hun bewaaksters gehuisvest zijn. Zij dragen grove, donkerblauwe jurken, een blauwe schort en een hoofddoekje. De bewaaksters hebben een uniform van een wat elegantere snit, met witte kraag en manchetten. De vrouwen en hun bewaaksters zijn vanuit een gevangenis in Polen naar München overgebracht en nu tezamen gevangenen van de Duitsers. Ze werken aan de draaibanken in de kelder en doen het zwaarste en vuilste werk onder toezicht van hun bewaaksters. We zien hen soms als we tijdens een bombardement in die kelder dekking moeten zoeken. Een enkele keer passeren onze rijen elkaar bij het in- of uitgaan van de fabriek. Contact met hen hebben we niet. De bewaaksters hebben norse, ontevreden gezichten en de gevangenen kijken ook niet bijzonder vrolijk. Zij lijden onder een dubbel regime. Tijdens een van de nachtelijke bombardementen worden hun barakken getroffen door een bom die voor de fabriek bedoeld is.
Leni Leuvenberg: De Agfafabriek wordt getroffen, waarbij twintig Poolse vrouwen omkomen die op het fabrieksterrein geïnterneerd zijn. De Nederlandse vrouwen zitten vier uur ’thuis’ in de schuilkelder. Het is een zondag.
Tijdens een van die zware bombardementen beloven de Brabantse vrouwen elkaar dat ze, mochten ze hier levend uitkomen, ieder jaar op de eerste zondag van de meimaand bijeen zullen komen bij het pastoorke (bijnaam van Tante Cis omdat zij op zondag de Mis opdroeg)

Wie erkent wellicht een van de vrouwen? Graag contact!
Terug naar Blog Archief WO2