
Op 29 april 2022, twee jaar later dan was voorzien konden de 28 actrices eindelijk aan het spelen van Overleven is Herinneren beginnen. de generale van de dag ervoor was ook al door een halve zaal toeschouwers gezien. Reden? Alle kaartjes voor de voorstellingen op 29, 30 en 1 mei waren binnen een week uitverkocht.
Hier volgt een filmische impressie van eerste scene. Zie het filmfragment van de Openingscene.
Het verhaal begint in Kamp Vught, waar alle verzetsvrouwen naar toe zijn gestuurd. Een soort modelkamp, nagemaakt van het beruchte Dachau, met bewaaksters die daar waren opgeleid en een regime dat een getrouwe kopie is van dat kamp. In de eerste scene vertellen ze elkaar over hun verzetsverleden.
Dan volgt het verhaal over het bunkerdrama 74 vrouwen worden in een enkele cel gepropt. Na een nacht in cel 115 blijken er tien vrouwen te zijn bezweken en overleden.

Op de dag na dolle dinsdag (5 sept. 19144) worden 652 vrouwen in acht veewagons gestopt. De helft van hen kan op een vloer van stro zitten, maar de andere helft moet wegens ruimtegebrek blijven staan. In het midden wordt een kübel, een soort emmer, geplaatst als toilet voor onderweg. Voor de mannen die in vele wagons erachteraan zijn gekoppeld wordt een tussenstop bij Oraniënstadt gemaakt. Vanaf het station lopen ze naar het kamp Sachsenhausen. De reis voor de vrouwen duurt drie dagen met twee nachten ertussen. Niemand in Nederland weet waar ze heengaan. Zijzelf ook niet. Het blijkt Ravensbrück te zijn. In het plaatsje Fürstenberg (85 km ten Noorden van Berlijn) stappen ze uit en moeten in rijen van 5 naar het kamp lopen. Ravensbrück is een hel, waaruit je zo snel mogelijk weg wil.
Daarom willen velen liever naar een werkkamp dan het risico te lopen als proefkonijn voor medische experimenten te dienen. Twee groepen van 50 vrouwen lukt het al in september om naar andere kampen te gaan. Ongeveer 200 vrouwen gaan in oktober naar een buitenkamp van Dachau in München-Giesing. Zij gaan oorlogstuig maken in de fabriek van Agfa. Iedere morgen 20 minuten lopen en ‘s avonds weer terug.

In de fabriek van Agfa werkt men aan het monteren van klokjes voor luchtdoelgranaten. Zo kan bepaald worden op welke hoogte een granaat ontploft. De vrouwen zitten om en om met Duitse vrouwen die als gewone arbeidsters in de fabriek werken. Nederlandse vrouwen en Duitse vrouwen zit om en om. Er is geen vijandschap, eerder begrip van beide kanten.
Door de bombardementen zijn veel ramen in het kamp gesneuveld. De sneeuw heeft vrij spel in de woningen van het kamp. Het is erg koud en het voedsel wordt steeds minder. De commandant heeft winterjassen geregeld. Er moet wel met oranje menie (verf) een groot kruis op geschilderd worden, zodat ontsnappen vrijwel onmogelijk is.
Op de avond voor kerstmis staan ze urenlang in de vrieskou op appél. Dan dwalen de gedachten weg naar thuis, waar men totaal geen idee heeft waar de vrouwen zijn. De meeste vrouwen in München denken dat Nederland al volledig bevrijd is. De geallieerden waren immers in september al in Nederland.
Ook vieren ze samen een kerstmiddag. Hiervoor komen officieren, zelfs de commandant van het hoofdkamp Dachau kijken. Een meerstemmig lied wordt door hen gezien als een volkslied, maar het is een partizanenlied. Zie filmfragment: Kerstmis in Dachau-Giesing
Niet alleen de kleding en schoeisel is volstrekt ontoereikend, maar ook het eten is steeds kariger en van een eenzijdigheid die niet goed is voor de weerstand. De mentale weerstrand wordt daarentegen steeds sterker.

In januari wordt de voedselsituatie steeds slechter. De kamparts, de OostenrijkseElla Lingens, ook gevangene, waarschuwt dat bij ongewijzigd beleid iedereen binnen drie maanden dood zal zijn. Het is de opmaat voor een heuse staking. De enige die ooit in een concentratiekamp heeft plaatsgevonden. Zie het filmfragment: Staking in München-Giesing.

Op 12 januari 1945 ontstaat na de lunch, bestaande uit voornamelijk warm water met een koolblaadje, is het genoeg voor de Nederlandse vrouwen. De armen gaan over elkaar, ondanks het verschrikte protest van de Duitse vrouwen. Een van vrouwen biedt aan de haastig opgetrommelde commandant van het Hauptlager Dachau een kommetje met dat hete water en legt uit dat zij met deze voeding snel zullen sterven en dan is er helemaal geen productie meer. Het conflict verplaatst zich naar een ruzie tussen de SS-commandant en de Agfa-directie.

De vrouwen worden terug naar het kamp gestuurd en de Duitse vrouwen naar huis. In het kamp dreigt de commandant van het Agfacommando met alles wat hij kan verzinnen. Hij kiest willekeurig een vijftiental vrouwen uit, die doodgeschoten zullen worden indien de naam van de initiatiefneemster van de staking niet bekend wordt. Ze geven geen krimp. Uiteindelijk wordt door een Poolse vrouw de naam genoemd van Mary Vaders. De commandant geloofd het niet echt, maar laat haar wekenlang in het duister in een isoleercel plaatsen.
Het eten wordt iets beter, maar het is nog niet voldoende. Op 28 april gaan de niet zieke vrouwen op dodenmars. Zie filmfragment Dodenmars.
Zij kunnen in Wolfratshausen niet meer en weigeren nog verder te gaan. De commandant durft geen oorlogsmisdrijf te plegen door te schieten en brengt hen onder op een boerderij. Dan volgt de bevrijding op 30 april. Zie filmfragment Bevrijding.

De witte kleding bij de finale is het symbool van de latere bijeenkomsten op de eerste zondag van mei bij Cis Suijs voor een groot aantal katholieke vrouwen uit Brabant en Limburg. Een vrouw is het symbool van Jet Haak-van Eek die omkwam op 6 december 1944. Zij draagt nog haar blauwe kampkleding.

Nog eenmaal wordt het parachutistenlied gezongen, het verzetslied van de vrouwen. De vrouwen die in Haaren hadden vastgezeten, hadden het geleerd van de gevangengenomen Nederlandse (SOE agenten ofwel spionnen) parachutisten die met zendapparatuur boven Nederland gedropt waren. Het lied was in Engeland ontstaan in de zomer van 1940. Rond de duizend gevluchte Nederlandse soldaten kwamen daar bijeen om een nieuw legioen te vormen en werd de basis van de prinses Irenebrigade én de geheime operaties.
In deze voorstelling, na de inval in Oekraïne, is een derde couplet, geschreven door een van de actrices aan het parachutistenlied toegevoegd. Een filmfragment uit de registratie: Finale

Na een uur en 56 minuten doodse stilte, volgde een ontladend applaus. Vertegenwoordigers van gedenkplaats Haaren, kamp Vught, St. vrouwen van Ravensbrück, het int. Dachaucomité en St. 4 & 5 mei comité vulden met de sponsoren de eerste twee rijen, waarbij onze burgemeester Pieter Verhoeve (en hoofdsponsor) eerder alle gasten welkom had geheten. Nog een paar voorstellingen volgden met dezelfde ontlading aan het einde van de voorstelling.

Hiermee is het samenspel van de actrices niet voorbij. Regelmatig komen ze bij elkaar. Ieder jaar op de eerste zondag van mei houden ze een reünie. zie de pagina De eerste zondag van mei.