Wilt u na het lezen van de globale inhoud het boek bestellen dan kan dit door contact met mij op te nemen.

Het boek beschrijft de gevangenschap in de verschillende gevangenissen en kampen. De de vrouwen hebben allemaal in het verzet gezeten en zijn door verraad of ontdekking gevangen geraakt. Hun verzetsperiode is essentieel om te begrijpen wat voor soort vrouwen het waren en waarom ze verzet gingen plegen tegen de Duitse bezetter. Daarom begint het boek met het beschrijven van hun daden van verzet.

Ze zaten op verschillende plaatsen gevangen. Bij het naderen van de geallieerden werden ze vanuit deze gevangenissen, waaronder het Oranjehotel in Scheveningen, de Polizeigefängnis in Haaren of de buitencommando’s van Kamp Vught in Moerdijk en ‘s-Hertogenbosch naar Vught gebracht.

Terwijl een groot aantal van de mannelijke gevangenen in Vught werden geëxecuteerd, werden zij in de trein gestopt en op 6 september 1944 gedeporteerd naar Ravensbrück. Zij hoorden pas na hun terugkeer dat bij de executies een aantal van hun opgepakte mannen of verloofden waren omgekomen.

De vrouwen hebben na Ravensbrück dwangarbeid moeten verrichten in verschillende andere kampen.

Vijftig vrouwen gingen eind september al naar Reichenbach, een buitenkamp van Gross-Rosen. Mieke Steensma en Tineke Guilonard zaten in deze groep.

Nog eens ongeveer vijftig gingen naar Horneburg, een buitenkamp van Neuengamme. Na een ontsnappingspoging moest Marianne van Raamsdonk terug naar Ravensbrück

Tenslotte gingen tweehonderd vrouwen naar een buitenkamp van Dachau dichtbij de Agfa-fabrieken in München-Giesing. Mientje Proost en Cis Suijs, die in Haaren een cel hadden gedeeld gingen met dit transport mee.

Ongeveer driehonderd vrouwen bleven in Ravensbrück achter. Veelal waren dit de wat oudere vrouwen. Daarvan zijn velen omgekomen.

Een van de bekendste vrouwen hiervan is Tante Riek (1893-1944) ofwel: Helena Theodora Kuipers-Rietberg. Ze werd de moeder van het verzet genoemd. Zij hielp onderduikers vanuit haar gelovige plicht. Haar ‘slapie’ in Ravenbrück was Jo Nieuwenhuis-Schilpzand totdat deze naar het buitenkamp van Dachau ging. Wie achterbleef en ondanks de slechte omstandigheden bleef leven werd, voordat de Russen het kamp bereikten, door de onderhandelingen van de Zweedse graaf Bernadotte, met witte bussen via Denemarken naar Zweden gebracht.

Het boek volgt al deze vrouwen en een klein deel (rode lijnen) van de Joodse Philips-vrouwen uit Vught, die ook in Reichenbach terecht zijn gekomen.

De dodenmarsen, de thuisreis en de trauma’s na de oorlog vormen het sluitstuk van het boek.

In 424 bladzijden wordt door middel van citaten van de vele vrouwen een beeld gegeven van hoe zij het ervaren hebben. Het is dus geen beschrijving van wat ze meemaakten, maar een opsomming van de ervaringen door de vrouwen zelf opgetekend in hun soms gepubliceerde memoires en veelal niet gepubliceerde aantekeningen. Het contact met kinderen en soms kleinkinderen van vele kampgenoten van mijn tante heeft mij door de ogen van de gevangen kunnen laten kijken naar de periode van 75 jaar geleden.

Het boek is niet voorzien van foto’s of tekeningen, omdat dit alleen maar zou afleiden van de kernboodschappen van hen.

Peter Meijer, scriptschrijver en regisseur (zie zijn website) maakte er een theaterstuk van. Lees meer….

Boek bestellen ga naar…..