Gebruik makend van de memoires van Mientje Proost en door interviews met haar dochter Marlies Hooyschuur-Houtman is er in Bergen op Zoom een fantastisch theaterstuk op locatie uitgevoerd. In het kader van 80jaig herdenken van de bevrijding zijn vele tientallen middelbare scholieren in de huid van Mientje Proost en haar tijdgenoten gekropen en hebben op meerdere locaties in de mooie stad de periode van oorlog en bevrijding weer laten leven.

Mientje wist als koerierster nooit precies wat ze aan boodschappen of illegaal materiaal vervoerde. Dat was ook veiliger, want over wat je niet weet kun je ook niet vertellen. Op deze avond kan ze er wel over vertellen omdat ze als therapie na de oorlog alles heeft opgeschreven.

Mientje maakte dezelfde tocht langs de kampen als mijn tante Cis Suijs. Na de maandenlange opsluiting van Mientje in een isolatiecel in het Oranjehotel, kwam zij als het ware in een warm bad terecht in dezelfde cel als mijn tante. De polizeigefängenis van Haaren (N.B.) was een gevangenis en rechtbank tegelijk. Als koerierster van verzetsgroep De dienst Wim werd zij ter dood veroordeeld. Maar doordat de geallieerden snel optrokken werd zij met alle Nederlandse verzetsvrouwen op de dag na Dolle Dinsdag gedeporteerd naar Ravensbrück. Wanneer de verzetsvrouwen al weken in Duitsland zijn worden ze van Ravenbrück naar een subkamp van Dachau in München-Giesing vervoerd om bij AGFA in de oorlogsindustrie te gaan werken. Ondertussen vergeten de Duitsers gelukkig haar veroordeling.

Ondertussen gebeurt er in Bergen op zoom iets bijzonders. De bevrijders komen er aan. Op een gegeven moment komen een Canadese bevrijder en een Duitse soldaat tegenover elkaar te staan. Ze kijken elkaar met angstige open ogen aan. Ze kijken ook in de loop van de ander. Ze zien elkaars angst. Ze aarzelen. Wie het eerst schiet overleeft het misschien, maar de ander kan misschien nog net terugschieten. In zo’n geval gaat een geweer door de schok van geraakt te worden al automatisch af. De vinger aan de trekkers weifelen. Langzaam, tergend langzaam gaan de lopen naar beneden. Een korte zwaai naar elkaar en ze lopen allebei weg. Tevreden bedenken ze later dat ze elkaar gered hebben.

Hoe het precies gegaan is beschrijft Jan Luijten in zijn boekje over de band tussen Canada en Noord-Brabant of beter Bergen op zoom. De soldaat aan Canadese zijde was sgt Charles D. Kipp en de Duitse officier is Carl Heinz Holtz. De gebeurtenis uit de mond van Kipp:
Ik ging om een stenen muurtje heen, keek over mijn schouder of de mannen achter mij aan kwamen, en toen zag ik vijf of zes Duitsers staan, met een dode van de D-compagnie aan hun voeten. En toen, tot mijn schrik, zag ik dat één van de Duitsers, een officier, op mij richtte en daar stond ik met mijn geweer de andere kant op gericht. Ik stond maar twee meter van hem vandaan en hij zou niet hebben gemist. Ik kon mij niet meer omdraaien. Later hoorde ik van de mannen van de D- compagnie, dat de officier probeerde te schieten, maar dat zijn wapen ketste. Maar dat werd ik niet gewaar. Ik liet mijn geweer zakken en gebaarde met mijn hoofd naar de Duitser om achter zich te kijken, en zeer tot mijn verbazing, liet deze zijn geweer zakken, draaide zich om en keek achter zich. Hij draaide zich daarna weer om. Inmiddels had ik me omgekeerd. Toen hadden wij de wapens op elkaar gericht. Als één van ons zou hebben geschoten, zou automatisch het wapen van de ander door de kogelinslag zijn afgegaan, en zouden wij beiden zijn gesneuveld. Er was maar hooguit twee meter tussen de punten van onze geweren. We keken elkaar strak aan, de dood was voor ons beiden vlakbij. Geen moment zijn ogen van mij afwendend, mompelde de officier uit zijn mondhoek iets tegen zijn mannen. Deze liepen vervolgens weg en verdwenen via een deur naar buiten. Ook de officier zelf liep ten slotte achteruit naar de deur, keek naar mij, zwaaide ten teken van afscheid, ik zwaaide terug, en hij verdween naar buiten. Pas toen begon ik weer te ademen.

In mei 1986 hebben de twee elkaar in Bergen op Zoom ontmoet. Deze foto is gemaakt op de Lincolnbrug. Dit is de plek waar Kipp het riviertje de Zoom moest overzwemmen. Hieronder een foto zoals die getoond werd tijdens het theater in 2024.

Ook Mientje en mijn tante Cis Suijs kunnen de oorlog navertellen. Ze doen dat maar een keer per jaar. De rest van het jaar zwijgen ze over die periode. Totdat Mientje Proost op advies van haar arts het allemaal begint op te schrijven. Een schat aan informatie komt boven water. Anno 2024 leidend tot een theatervoorstelling op locaties.

Op iedere eerste zondag van mei kwamen de kampvriendinnen bij elkaar bij Cis. Alleen dan werd er over de oorlog gesproken en over de gezinnen die ze na de oorlog vormden. Mientje en Cis bleven vriendinnen tot op het laatst. Verzetsmensen zwegen vaak, niet alleen tijdens het verzetswerk, maar ook na de oorlog naar anderen, ook naar familie. Toch kunnen hun verhalen doorverteld én uitgebeeld worden. En de middelbare scholieren die Mientjes rol overnamen vertellen het ook nu nog door.
