Geroofde flessen advocaat teruggevonden
Na de ontruiming van kamp Vught rond Dolle Dinsdag komen de Engelsen in oktober vanuit de richting Nijmegen naar ‘s-Hertogenbosch. Canadese en andere geallieerden bevrijden het Westelijk deel van Noord-Brabant en Zeeland. Op deze ‘Dolle Dinsdag’, 5 september 1944 staat ook ’s-Hertogenbosch op z’n kop. Duitse troepen, maar vooral ook NSB’ers slaan massaal op de vlucht. In het klooster Mariënburg is een grote hoeveelheid gestolen cognac en advocaat van de firma Cooymans achtergebleven, die de Duitsers nu ijlings meenemen.
Maar niet alle Duitsers vluchten weg en velen komen ook weer terug. Tegelijk worden een dag later de vele verzetsvrouwen, waaronder Cis Suijs, vanuit Kamp Vught naar Duitsland (Ravensbrück) gedeporteerd. Op deze 6e september komt Oberst Dewald naar ’s-Hertogenbosch met de voorhoede van 5000 paratroepers. De stad mag niet in handen van geallieerden vallen.
Op zondagmorgen 17 september zien de kerkgangers een enorme luchtvloot over de stad komen. Boven Vught is het draaipunt, met de codenaam “Ellis” van alle luchtlandingstroepen voor operaties bij Nijmegen en Arnhem in het kader van de operatie “Market Garden”.
Midden oktober begint de bevrijding van ’s-Hertogenbosch door de Engelsen. Ter verdediging blazen de Duitsers op 21 september 1944, (mijn eerste verjaardag) de spoorbrug over de Dieze op. Meerdere vernielingen volgen. Het front is bij Geffen en Middelrode tot stilstand gekomen. De geallieerde artillerie begin de stad ‘s-Hertogembosch te beschieten. Maar Montgomery wil eigenlijk nog steeds oostwaarts en de Duitsers vóór de winter over de Rijn jagen, maar zegt daarnaast ook Brabant te willen schoonvegen zodat de haven van Antwerpen pas echt gebruikt kan worden. Van een snelle aanvoer vanuit Antwerpen door West Brabant komt te weinig terecht.
De grote baas Eisenhouwer grijpt op 13 oktober in en zegt dat de Antwerpse haven nu echt prioriteit moet krijgen. Montgomery vaardigt een nieuwe order uit. De hoofdaanval van het Britse 2e Leger zal vanuit het oosten plaatsvinden over de as “Hertogenbosch-Breda with the rightflank on the Meuse … “. De aanval moet op 22 oktober beginnen. Het is gedaan met de rust in de hoofdstad van Noord-Brabant. De leiding van de bevrijding komt in handen van generaal-majoor Ross van de 53e Welsh Divisie en de operatie krijgt codenaam Alan.

Zijn tegenstander is de Duitse luitenant-generaal Friedrich Neumann met de 712e Divisie. Ross heeft 18.000 manschappen, Neuman beduidend minder en ook minder materieel. Hij was oorspronkelijk aangewezen om de kuststrook vanaf Calais naar het Noorden te verdedigen en zijn divisie is door alle schermutselingen tijdens het terugtrekken langs de kust en de recente gevechten in Oost-Brabant behoorlijk verzwakt. Zijn eenheid was gewend de verdediging vanuit bunkers en vanachter gordels prikkeldraad en mijnenvelden te strijden.

Friedrich Neumann heeft sinds begin oktober zijn hoofdkwartier bij de familie Kloppenburg in de villawijk Hinthamerpark aan de oostkant van de stad, tegen het dorpje Hintham aan. In de nacht voor de aanval krijgt hij nog hoog bezoek van veldmaarschalk Walter Model, bevelhebber van Legergroep B en generaal Von Zangen, bevelhebber van het 15e Leger. Zij benadrukken het belang van standhouden.

De eerste twee dagen leiden de Duitsers zware verliezen, maar houden stand. In de nacht van 23 op 24 oktober vecht Ross door en met name het hoofdkwartier van Neumann krijgt dan een regen van granaten te verwerken. Zelfs Neumanns stafvoertuig is veranderd in een wrak en de generaal moet in de ochtend daardoor te voet terug naar de stad. Zijn nieuwe hoofdkwartier komt op het Julianaplein vlak bij de Leonarduskerk.
Hij probeert nog de rivier de Dommel als nieuwe frontlijn te handhaven, maar ook dat lukt uiteindelijk niet. Op donderdag 26 oktober moet hij verder terugtrekken en verplaatst hij zijn hoofdkwartier naar Vlijmen. Maar ook daar moet hij op vrijdag 27 oktober van de Akker verder terugtrekken naar de Akkerstraat omdat ook dat hoofdkwartier beschoten wordt. Hij trekt in het leegstaande huis van mijn tantes. Dat huis is leeg. Cis Suijs zit in Dachau, haar zus Dré Suijs is ondergedoken en jongste telg Cor Suijs zit bij zijn verloofde in Poeldijk en kan door het optrekkende front niet meer terug. Hun broer, mijn vader dus, mijn moeder en ik wonen ernaast. (in het linker deel van de twee huizen met een kap)

De advocaatflessen uit het Klooster de Mariënburg worden in dit laatste hoofdkwartier geopend en als een soort pap uit diepe borden en soeplepels van mijn tantes opgegeten. Ze hebben ook de voorraad ingemaakte vruchten gevonden. Leuke combinatie, en waarschijnlijk voor hun het meest vrolijke deel van die dagen. Overigens verbazingwekkend dat die flessen bij het haastige onderweg naar Vlijmen heel zijn gebleven!
In het linker huis lig ik, 13 maanden oud, vredig te slapen. Of is het meer waarschijnlijk dat we in de kelder van de Distributiedienst schuilden, omdat Dré Suijs daar werkzaam was. Dat pand staat ook als schuilplaats vermeld in een boekje over 75 jaar bevrijding Heusden. Van mijn moeder hoorde ik later dat ik in een kistje aan de muur hing. Omdat het er erg vochtig was kreeg ik astmatische aanvallen en liep ik soms blauw aan.

Op zaterdag 28 oktober 1944 trokken de schamele restanten van de 712e Divisie de rivier de Maas over. Definitief weg uit Brabant! Maar soms komen enkele verkenners stiekem nog even terug……
Terug naar Blog Archief WO2