Tijdens haar gevangenschap maakt Cis Suijs een kerkboekje met de liturgie van de Rooms Katholieke Heilige Mis. Alle teksten worden uit haar hoofd, of de hoofden van anderen, opgetekend. Opgeschreven op kladpapier dat uit de fabriek gepikt is. Niet de vaste gebeden in het Latijn, die kent iedereen toch al van buiten, maar meer de gebeden tussen deze vaste teksten in. Bijvoorbeeld de litanie van alle heiligen, etcetera. Dat alleen mannen maar priesters mogen zijn, is in hun ogen niet juist. In tijd van nood is immers alles geoorloofd, dus ook een vrouw mag dan de Heilige Mis doen, menen zij. Zo komt Cis aan de naam het pastoorke en zo komt Gra(da) van Horen aan de naam kapelaan. De protestante zusters komen naar de H. Mis en omgekeerd gaan de ‘Roomsen’ naar de protestantse viering. ‘Oecumene avant la lettre’ is het. En ook die protestantse zusters hebben een boekje, een psalmenbundel, gemaakt (dat nu in Dachau in het museum ligt). Het kerkboekje van tante Cis ligt anno 2020 in een kluis en wordt verder uitgewerkt.

Het kerkboekje gemaakt door Cis Suijs tijdens gevangenschap in München-Giesing (Collectie Hans Suijs)

Op het titelblad staat onder andere het woord Suscipe links van het getekende kruis.

Dit is wijst naar een gebed van Ignatius van Loyola dat begint met het woord Suscipe. Het volledige gebed luidt:

Suscipe, Domine, universam meam libertatem.
Accipe memoriam, intellectum atque voluntatem omnem.
Quidquid habeo vel possideo, mihi largitus es;
id tibi totum restituo,
ac tuae prorsus voluntati trado gubernandum.
Amorem tui solum cum gratia tua mihi dones,
et dives sum satis, nec aliud quidquam ultra posco.

vertaald:

Neem, Heer, en aanvaard
heel mijn vrijheid,
mijn geheugen,
mijn verstand
en heel mijn wil,
alles wat ik heb en bezit.
U hebt het mij gegeven,
aan U, Heer, geef ik het terug.
Alles is van U,
beschik erover geheel volgens uw wil.
Geef dat ik U mag liefhebben,
die genade is mij genoeg.

Wanneer je het leest tegen de achtergrond van gevangen zijn in een dwang­arbeiderskamp dan is dit gebed een volledige overgave, niet aan de vijand, maar aan de God waarin men geloofd en waarop men alle hoop heeft geves­tigd.

Het woord rechts van het kruis is niet goed leesbaar maar zou “Priez” kunnen zijn, een afkorting van: “Priez pour nous” ofwel: “Bid voor ons”. Het vormt daar­mee een logische verbinding met de tekst die onder het kuis staat: “Alles voor en door Maria”

Mariaverering is in Brabant populair. Een kaarsje opsteken in de Bossche Sint Jan bij ‘de Zoete Moeder’ is nog steeds erg in zwang. In de meimaand komen nog steeds de schutterijen met roerende trom en zwaaiende vaandels voor de Heilige Mis de kerk in om eer aan Maria te bewijzen.

Toen Cis Suijs overleed, ging het kerkboekje niet naar een familielid, maar naar een andere kampgenote en vandaar naar weer een andere. Marlies Hooyschuur-Houtman, dochter van Mientje Proost vond het in een schoenendoos van haar moeder en stuurde het op. Op 4 mei 2019 kwam het aangetekende pakketje binnen. En het kwam echt binnen, ontroerend. Juist een jaar later dringt opnieuw het belang van dit document van hoop en vertrouwen pas goed door. Na bijna 80 jaar is de betekenis ervan onverminderd erg groot.

Terug naar Blog Archief WO2