Het vieren van Kerstmis 1944 in de kampen Reichenbach, Dachau-Giesing (het Agfacommando) en kort na de oorlog in ‘s-Hertogenbosch.

Kerstmis 1944 Reichenbach (fragmenten uit Samen eervol overleefd)

v.l.n.r.: Een voormalige Aufseherin Johanna (DU) en een Joodse gevangene Mania (PL) staan in 1995 samen voor de barakken van het kamp Reichenbach. (de foto is een “still” uit de documentaire “Return to Reichenbach” (2012)

Mieke Steensma: In hemd en onderbroek van gestreept flanel, een rok en ’n vestje. Zonder jas en zonder kousen. Karton van de fabriek zorgt voor wat extra lagen. In het dal beginnen overal kerstklokken te luiden. De burgerbevolking van het ‘Groszdeutsche Reich’ maakt zich op om Kerstmis te vieren. Een prachtige heldere sterrenhemel staat daar boven ons, de grond onder onze ijskoude voeten is stijf bevroren. (…) Zo heel ver weg als ik in gedachten ben, hoor ik het gebral van de moffen niet eens. “Wat is het koud en wat duurt het eindeloos lang”, vinden de anderen. Ja, de koude gaat dwars door je heen; maar lang, dat avondappèl? Ik hoor alleen maar die luidende kerkklokken. (…) Het vriest dat het kraakt, tussen de twintig en dertig graden en het is Kerstmis. Iets van vrede daalt in mijn hart tijdens dat Heiligenabendappèl. Wonderlijk is het wel…

Kerstmis 1944 Dachau München-Giesing (fragmenten uit Samen eervol overleefd)

Een deel van het Kamp Dachau in München Giesing. De foto is in 1964 gemaakt met een groep voormalige gevangenen ervoor. Dit huizenblok was met prikkeldraad en wachttorens omgeven. (foto collectie Jan van Ommen)

Na de hel van Ravensbrück is Het kamp in München-Giesing een stuk beter te dragen. Je bent weliswaar gevangen en moet dwangarbeid verrichten, maar de ss’ers mogen je niet slaan of met geweerkolven tegen je lichaam rammen. De Agfafabrieken betalen de SS voor iedere arbeidsdag en gewonde vrouwen leveren immers geen productie. De groep gevangenen wordt ook wel het Agfacommando genoemd waarin ca 300 Poolse en ca 200 Nederlandse vrouwen werkzaam zijn.

Zie filmfragment: Kerstmis in Dachau-Giesing

Marie Bartette: Het kerstfeest is erg belangrijk voor de Duitsers. In het kamp wordt het gevierd met een smakelijke goede soep in de middag. Overdag ma­ken we de kantine schoon en versieren deze. Overal in alle kamers zijn er spar­rentakken en versieringen van oranje zijdepapier. De Hollanders grijpen dit aan om strikjes in hun haar of op hun jurken te doen en hebben er veel plezier in om de kleur van hun konink­lijk huis daarin te verwerken.

Weissenseestrasse 11 München, het voormalige kamp van de Agfa-vrouwen, thans in gebruik als woningen. (Foto collectie Jan van Ommen)

Kiky Heinsius: Op de avond van de eerste kerstdag is er weer feest in de eet­zaal. De Polen hebben een kerstspel gemaakt dat ze die avond zullen opvoe­ren. De tafels zijn aan de kant geschoven zodat er ruimte komt voor het ‘toneel’ en de banken staan als in een echte schouwburg in rijen achter elkaar. (…) Ter ere van de feestelijke gelegenheid zijn er hoge officieren uit Dachau uitgenodigd. Zij zitten breeduit op de eerste rij. De commandant dribbelt bedrijvig rond, duidelijk trots op z’n aardige, gediscipli­neerde groep vrouwelijke gevangenen. Dat is nog eens wat anders dan die gore troep in Dachau; dat zal de heren intussen toch ook wel opgevallen zijn. Na de voorstelling vraagt de commandant aan de Joegoslaven (Slovenen) of ze bereid zijn voor de hoge gasten uit Dachau hun mooie volkslied te zingen. Het lied dat hij bedoelt, heeft hij de vrouwen dikwijls horen zingen. Alleen is dit niet het volkslied, maar het lied van de Joegoslavische partizanen, dat eindigt met de woorden: ’en daarom zullen alle moffen worden afgeslacht’.

Kerstmis eind jaren 40 ‘s-Hertogenbosch

De Korenbrugstraat in ‘s-Hertogenbosch ca 1950. Nummer 12, waar ik toen woonde, is aan de linkerkant in het midden van de straat en heeft een witte bovengevel. (website Het Oud ‘s-Hertogenbosch)

Hans Suijs: Ik was 6 jaar oud. We woonden in het centrum van de stad. Toen waren er nog koude winters. Naar de Kerst-Mis ging je midden in de nacht. De Heilige Mis, of beter de drie achtereenvolgende missen, begonnen om vier uur in de nacht. Plaats van handeling was niet de Sint Pieterskerk, maar het parochiehuis daarachter. Op de bovenverdieping werd door aalmoezenier Hoek, een witte pater, de mis gedaan. De kerkgangers waren de bewoners van de wijk ‘de Pijp’ die achter de kerk lag. Dat was niet de meest welvarende wijk, integendeel. De kerkgangers kregen na de missen een koffiemaaltijd aangeboden. Armoede was troef, dus een kerkgang maakte tenminste ook materieel iets goed. Je kon de alcohol van enige (te) laat binnenkomende mannen ruiken. Ze kwamen duidelijk rechtstreeks uit de kroeg. Ze kregen van hun vrouw nog een por in de ribbenkast en een boze blik, terwijl de kleine kinderen rond hun moeder in de banken zaten.

De eerste mis was plechtig, de tweede aanmerkelijk korter en de derde werd afgeraffeld, terwijl de misdienaars tot spoed werden gemaand door de pater. In ongeveer anderhalf uur was het kerkelijk deel voorbij.

Na het finale woord van de priester: “Ite Missa Est” en het antwoord: “Deo Gratias”, samen te vatten als: “Goddank het is voorbij”, ging iedereen de trappen af naar beneden waar de koffie en de besmeerde broodjes al klaargemaakt waren. Veel drukte en geklets. Mijn moeder was na de oorlog in het sociale netwerk gedoken c.q. gevraagd te helpen door de pater. Ik heb me altijd erg thuis gevoeld in die omgeving. Even waren er geen zorgen in die vredige vroege morgen.

Terug naar Blog Archief WO2