Op 5 septeber 1944, Dolle Dinsdag beginnen de Duitsers Kamp Vught te ontruimen. Ongeveer 2000 mannen worden die dag in een zojuist aangekomen trein geduwd, 80 mannen per wagon. In en buiten het kamp is iedereen aan Duitse kant dolgedraaid en panisch, terwijl de Nederlanders nieuwe hoop krijgen. Het is een echte Dolle Dinsdag. Men heeft toch duidelijk de geallieerde artillerie uit de richting van Tilburg gehoord. Men hoort ook de talrijke fusillades en genadeschoten vanaf de andere kant van het kamp. Het is nog maar en kwestie van uren voordat men bevrijd is. Maar het duurt langer, veel langer. Het bevrijden van ‘s-Hertogenbosch en Vught zal pas in de tweede helft van oktober gaan plaatsvinden. De volgende dag herhaalt zich hetzelfde ritueel. Nu worden nog ongeveer 800 mannen ingeladen. In de 8 voorste wagons worden 652 vrouwen geperst, waaronder mijn tante Cis Suijs. Op weg naar Sachsenhausen voor de mannen en de hel van Ravensbrück voor de vrouwen.

Vandaag wordt stilgestaan bij wat zich hier op de fusilladeplaats in die laatste weken afspeelde. Onno Hoes, lid van de Raad van Toezicht van Nationaal Monument Kamp Vught fungeert daarbij als ceremoniemeester.

Als eerste komt Ina Adema, commissaris van de Koning aan het woord. Het is een persoonlijk verhaal, wat nog steeds, ook op haarzelf, diepe en emotionele indruk maakt. Hierna komt Jetske van den Burger vertellen hoe haar moeder, de Goudse Mieke Steensma haar gevangenschap heeft ervaren en vooral hoe de vriendschap uit de kampen een levenslange vriendschap bleef.

Mieke Steensma ging vanuit Ravensbrück al in september 1944 naar Reichenbach en daar kwam ze haar Joodse vriendinnen uit de Philipsbarak weer tegen. Deze hadden een omweg gemaakt vie Auschwitz. Door tijdig ingrijpen van Philips werden ze daar niet vergast, maar als goede facharbeiterinnen doorgestuurd naar Reichenbach, waar Telefunken een vergelijkbaar productieproces had. Zo werd de helft van de joodse vrouwen, die begin juni al naar Auschwitz waren gestuurd, gered.

In Vught had Mieke Steensma een stuk perspex weten te bemachtigen. Dat was niet zo moeilijk want er was ook een werkcommando dat vliegtuigresten moest demonteren, zodat materialen zoals ijzer en aluminium weer hergebruikt konden worden. Mieke maakte van perspex een hanger in de vorm van een traan. Ze heeft het de gehele tocht verstopt meegedragen. Haar dochter Jetske draagt het op bovenstaande foto.
Jetske werkt aan een boek over haar moeder. Een maand later spreken we elkaar op de jubileumbijeenkomst van Het Landelijk Steunpunt Gastspreker WOII-heden te Westerbork, dat met 200 gastsprekers scholen bezoekt. Jetske en ik zijn allebei gastspreker. Voor meer informatie zie LSG.
Terug naar Blog Archief WO2